terecht komt en ook hoe krachtiger de werking is in het menselijk organisme.
Als het lichaam een wezensvreemde stof niet afdoende kan afvoeren, heeft dit uitwerking op het organisme. Acute of chronische ziekten kunnen het gevolg zijn.
Om vergiftigingsverschijnselen te voorkomen worden homeopathische middelen niet in hun oorspronkelijke vorm toegediend. Denk bijvoorbeeld aan het middel Lachesis, dat gemaakt is uit slangengif. De middelen worden eerst meerdere malen verdund en krachtig geschud (potentiëren). Met het potentiëren wordt de directe (giftige) werking van de stof ontkracht. Het op die manier verkregen middel is daarmee drager van de energie, die het geneeskrachtige reactievermogen van de mens direct tot werken aanzet.
Na oplossen, verdunnen en schudden blijft de kwaliteit van de stof behouden en werkt krachtiger op een meer verfijnd niveau door, nauw aansluitend bij het natuurlijk herstelvermogen van de mens.
Ieder mens is een uniek wezen. Een verstoring in de energie, en daardoor ziekte, wordt door ieder mens anders ervaren. In de homeopathie gaat we er van uit dat een klacht een uitdrukking is van een verstoord evenwicht in de gezondheid van de mens. Ook in acute situaties. Om dit evenwicht te herstellen laten we door het geneesmiddel toe te dienen het lichaam weten hoe daar op gereageerd moet worden om beter te worden.
Het holistisch principe vinden we terug in alle situaties, chronisch zowel als acuut; dat wil zeggen dat de hele mens betrokken is bij het proces. Dus zowel de geest als het lichaam. Gaat bijvoorbeeld de verwonding van het ongeluk gepaard met een soort in shock of suffig afwezig zijn, of juist met een angstige rusteloosheid, dan kunnen die uitingsvormen van de schrik de keuze van het
« terug lees verder »